Nieuws

Kurt Peiser en de Marollen

Op dinsdag 13 oktober opent de tentoonstelling "Kurt Peiser en de Marollen" in het Stadsmuseum van Brussel.

Kurt Peiser (1887−1962) lid van de KPB en geadopteerde Brusselaar, kijkt met een eerlijke en tedere blik naar Brussel. Hij doorkruist de hoofdstad voelt zich bijzonder aangetrokken tot de Marollen. Hij wordt een bevoorrechte observator van deze wijk.

In zijn etsen en tekeningen weet de kunstenaar de volksziel vast te leggen van de smalle straten, bruisende steegjes en van de bewoners die in de schaduw van het Justitiepaleis wonen. In de cafés van de Hoogstraat en op straat vereeuwigt hij de mensen die hij ontmoet. De portretten van Kurt Peiser vervallen niet in clichématig beeld van tristesse en miserie, maar onthullen de waardigheid, psychologie en menselijkheid van de mensen die het imago van de wijk bepalen. Ook een eeuw later blijven zijn werken ons raken.

In 2025 verwierf het museum 79 van zijn werken. Voornamelijk gemaakt in de jaren 1920, ongeveer dertig ervan worden tentoongesteld in het Museum van de Stad Brussel. Met deze belangrijke aanwinst blijft het museum de veelzijdige geschiedenis van Brussel vertellen en brengt het de mannen en vrouwen in beeld die in de stad hebben gewoond, haar hebben vormgegeven en haar doorheen de tijd tot leven blijven brengen.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling publiceert Buch Edition een rijk geïllustreerde naslagwerk: „Marolles – Kurt Peiser” (drietalige uitgave in het Frans, Nederlands en Engels, 144 pagina’s, hardcover, gelimiteerde oplage van 300 exemplaren, 45 euro).

Meer informatie : 

? Locatie: Museum van de Stad Brussel – Maison du Roi, Grote Markt, 1000 Brussel

? Tentoonstelling: van dinsdag 13 oktober 2026 tot en met zondag 3 januari 2027

? Openingstijden: van dinsdag tot en met zondag, van 10.00 tot 17.00 uur

Meer informatie: https://www.brusselsmuseums.be/nl/agenda/kurt-peiser-en-de-marollen 


Prix José Gotovitch 2026

Onze collega's van CArCoB schrijven opnieuw een prijs uit ter waarde van 1000€ voor (master)thesissen en ander publicaties die gebaseerd zijn op onderzoek gelinkt aan onze archieven.  Indiendeadline is 15 oktober. Voor meer informatie mail naar : contact@carcob.eu 


Nous avons le plaisir de vous faire parvenir l'annonce du prix 2026 du CArCoB, renommé "Prix José Gotovitch" en hommage à notre ancien directeur, historien de référence de l'histoire du Parti communiste de Belgique (PCB). Ce prix, d'une valeur de 1000€, vise à récompenser deux contributions scientifiques originales à la connaissance historique des mouvements communistes en Belgique, qui permettront de mettre en valeur les archives du CArCoB.

Ce prix sera attribué à un travail de fin d'études (niveau Master), ainsi qu'à un travail réalisé par tout autre chercheur, artiste, réalisateur, sous forme écrite, publiée ou non, ainsi qu'audiovisuelle. Les travaux présentés doivent avoir été réalisés dans les cinq ans précédant leur dépôt. Il est possible de présenter une seconde fois un travail qui n'aurait pas été couronné lors de sa première candidature.

Le dépôt des travaux est fixé au 15 octobre de cette année et sera attribué le 15 décembre qui suit.

Pour plus d'informations sur le prix et les conditions de participation, consultez le règlement du prix dans la rubrique "Infos pratiques" en vous rendant sur notre site web.


Archief van het Kontaktcentrum Mikis Theodorakis te Aalst ontsloten

Het archief van het voormalige kontaktcentrum uit Aalst is ontsloten. Naast verslagen van vergaderingen, publicaties en boekhoudkundige stukken bevat het archief een mooi overzicht van de talloze activiteiten die de club organiseerde in haar meer dan 20-jarige bestaan. 

De Mikisclub werd opgericht in 1968 door KPB-voorman Raymond De Smet en diende als cultureel- en politiek ontmoetingscentrum te Aalst. Haar geschiedenis is nauw verbonden met die van de partij en talloze progressieve organisaties uit Aalst. 

De inventaris van het archief kan via onze online catalogus geconsulteerd worden. 

Lees hier meer over het ontstaan van het centrum en de geschiedenis van de KPB te Aalst. 


Ontsluiting Archief Judith Rachel Van Mieghem

Onlangs hebben we het kleine, maar bijzonder interessante archief van Judith Van Mieghem (1919–1997, Nieuwerkerken-Aalst) ontsloten. 

Het archief bevat onder meer documenten over de verkiezingen in Aalst en de gemeenteraad van Nieuwerkerken, waarin Judith Van Mieghem zetelde. Daarnaast werpt het een boeiende blik op het leven en de politieke activiteiten van haar partner, Désiré Souffriau, oud-strijder in de Spaanse Burgeroorlog en gedurende enige tijd Eerste Schepen van Nieuwerkerken.


Daardoor bevat het archief ook waardevolle verwijzingen naar de Spaanse Burgeroorlog en naar zijn politieke engagement in de periode na de Tweede Wereldoorlog.

De inventaris van dit archief is opgenomen in onze online catalogus: https://www.udesk-dacob.eu/ucat/main/dut


De archieven van José Gotovitch zijn ontsloten

De onderzoeksarchieven van José Gotovitch (1940 - 2024) werden onlangs ontsloten. Er is een gedetailleerde stortingslijst beschikbaar in onze leeszaal. Zijn archief weerspiegelt zijn eigen politieke engagement, zijn carrière als onderzoeker en dat van professor aan de ULB en directeur van het CEGESOMA. 

Het archief is een uniek instrument voor historisch onderzoek naar de KPB en België tijdens WOII. Het bevat o.a. “nieuwe” archieven uit Moskou (IML, RGASPI) over de Internationale Rode Hulp (IRH/SRI), l'Unité, stukken betreffende WOII en diverse verzetsorganisaties, anticommunisme (SEPES/CILACC), stukken i.v.m. de Spaanse burgeroorlog, de communistische jeugdorganisaties …

Bijzonder zijn de 1300 biografische dossiers die José Gotovitch aanlegde van en over communistische militanten. Deze dossiers zijn een aanvulling op de bestaande archieven van de Politieke Controle Commissie (PCC/CCP) en bevatten archiefmateriaal uit Moskou, gemeentearchieven, gerechtelijke politie, correspondentie, transcripties van interviews. Het is een nieuwe en essentiële bron voor onderzoek naar communistische militanten en de Kommunistische Partij van België in het algemeen.

Al deze dossiers en archieven kunnen in onze leeszaal geconsulteerd worden mits afspraak. Contacteer ons hier


Eddy Poncelet (4 augustus 1927 - 20 september 2025)

We vernemen het trieste nieuws dat Eddy Poncelet onverwacht is overleden. Wij wensen de familie veel sterkte in deze moeilijke tijd.

Eddy Poncelet is geboren in Oostende op 4 augustus 1927. Tijdens de oorlog verhuist zijn familie in 1942 van Oostende naar Brugge. In het atheneum te Brugge zit Eddy in hetzelfde jaar van Marc Braet, die contacten heeft met de Revolutionaire Volksjeugd. In de nasleep van de oorlog wordt Eddy lid van de Volksjeugd te Brugge en richt samen met Gaston Desnerck een afdeling op in Oostende. In 1948 wordt hij lid van de KPB en werkt hij in de boekenhandel van zijn jeugdvriend en communistisch militant, Mathieu Corman.

Zijn militaire dienst doet Eddy Poncelet bij de Zeemacht. Hij organiseert er onder meer een manifestatie tegen de verlenging van de legerdienst tot 24 maanden en wordt door de Krijgsraad tot één maand gevangenis veroordeeld. Nog tijdens zijn militaire dienst wordt hij in 1951 verkozen tot het Centraal Comité van de KPB.

Na zijn legerdienst wordt hij werkzaam op het nationaal secretariaat van de Volksjeugd. Hij is tevens lid van het bestuur van de KP Oostende maar is vooral actief in de Volksjeugd en later de Kommunistische Jeugd. Door zijn grondige kennis van het Frans militeert hij ook bij de jeugdafdelingen te Henegouwen.

Eddy Poncelet (2de van links) op het 12de Congres van de KPB, 1957

 

In deze periode neemt Eddy deel aan de congressen van de Wereldfederatie van de Democratische Jeugd (FMJD) en diverse jeugdfestivals. In 1953 werkt hij gedurende zes maanden voor de FMJD te Boedapest waar hij nauwe banden met Aziatische en Afrikaanse militanten legt.

Een  kantelmoment is de wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. De jongeren van de communistische jeugd ontmoeten er hun Congolese tegenhangers waaronder Patrice Lumumba. Poncelet zal in de nasleep van deze samenkomsten contacten onderhouden met o.a. Antoine Tshimanga: syndicalist en verantwoordelijke van een “communistische” Congolese jeugdbeweging; Pierre Mulele: de minister van onderwijs en kunsten en Anicet Kashamura:  verantwoordelijke van de Jeunesse populaire africaine. In september 1960 is Eddy in Léopoldville (Kinshasa) waar hij Albert De Coninck en Jean Terfve zal opwachten om hen voor te stellen aan de Congolese kennissen. Na de val en de moord, op Lumumba vertoeft Poncelet in Caïro waar hij Pierre Mulele bijstaat. In maart 1961 gaan Poncelet en Mulele naar Moskou om er financiële en materiële bijstand te vragen voor de nieuwe regering van Antoine Gizenga in Stanleyville (Kisangani).

Eddy Poncelet (links) in Abidjan, samen met Albert De Coninck (uiterst rechts)

 

Reeds begin de jaren zestig vindt Eddy dat de afstand qua leeftijd te groot is t.o.v. de jongeren voor wie de organisatie bedoeld is en dat het tijd wordt voor een grondige vernieuwing van het nationaal bureau van de Jeugd. Hij wordt aangesteld als directeur van TRACOSA – een NV die de handelsrelaties met communistische landen verzorgde - en bouwt 4 jaar later de sector van het volkstoerisme uit. Eerst op vrijwillige basis, naderhand als bestendig secretaris. Volkstoerisme behelst niet enkel een reisagentschap maar baat tevens verschillende campings en jeugdhuizen uit. Eddy Poncelet wordt tevens bestuurder bij International Social Tourism Organisation (ISTO).

Tussen 1975 en 1977 wordt te Oostende de vzw 'Het Baken' opgericht om een lokaal in de Fortuinstraat uit te baten en er politieke en culturele activiteiten te organiseren. Hierin speelt Eddy opnieuw een belangrijke rol. Vandaag is dit lokaal een complex van sociale woningen dat dezelfde naam draagt.

Alhoewel Eddy Poncelet er zelf geen functies had, zorgt hij ervoor dat de archieven van de Oostendse Volkshogeschool mede opgericht door zijn jeugdvriend Bob Wolstyn en André De Smet alsook de archieven van het marxistische Centrum voor Volksopvoeding (later het Centrum Bob Claessens) bij DACOB bewaard worden. 

Ook zijn persoonlijk archief schonk hij aan DACOB waarvan hij tevens bestuurslid was.